Home Diensten Team Artikelen Kliniek Fotopagina Contact en Spoed Links

045-522 5090

Epilepsie


Inleiding
Epilepsie of vallende ziekte is een aandoening van de hersenschors die ertoe leidt dat de patiënt tijdelijk de controle over een deel van zijn lichaamsfuncties verliest. Bekend zijn de toevallen waarbij de hond omvalt, hevige spierkrampen krijgt, schuimbekt en urine of ontlasting laat lopen. Er zijn echter ook mildere vormen van epilepsie, bijv. tijdelijk trekken met de lip- of oorspieren.

Oorzaken
Zoals gezegd wordt epilepsie veroorzaakt door een storing in de functie van de hersencellen. De oorzaak van deze storing kan gelegen zijn in de hersencellen zelf, maar ook allerlei ziekten elders in het lichaam kunnen het probleem veroorzaken.  In veruit de meeste gevallen is er echter geen duidelijke lichamelijke afwijking te vinden en is er sprake van een kortdurende, tijdelijke ontregeling van de hersenfunctie. We spreken dan van primaire epilepsie.

Voorkomen
Epilepsie komt regelmatig voor bij honden. Sommige rassen zijn duidelijk gevoeliger dan andere (bijv. Poedels, Welsh Springer Spaniëls, Duitse Staanders, Border Collies), maar het kan bij ieder ras voorkomen. Echte (primaire) epilepsie komt zelden voor bij honden jonger dan acht maanden. Meestal openbaart de ziekte zich tussen het eerste en derde levensjaar. Bij oude dieren is er vaak een andere oorzaak. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld hersenbloedingen of gezwellen.

Diagnose
Het is niet altijd eenvoudig om vast te stellen of een dier epilepsie heeft. De toevallen duren zo kort dat de patiënt bijna altijd al weer uit de aanval is bijgekomen als hij bij de dierenarts komt. Het verhaal van de eigenaar is daarom van groot belang. Belangrijk is hoe oud het dier is, hoe vaak de aanvallen optreden, hoelang ze duren, of er ook andere klachten zijn enz. Een probleem hierbij is dat de aanvallen meestal komen als het dier in rust is, dus vaak 's nachts. Het is daarom goed mogelijk dat een dier al meerdere aanvallen gehad heeft voordat het de baas opvalt. Bij jonge dieren met een duidelijk verhaal van toevallen is het meestal niet nodig om uitgebreid onderzoek te doen. Dit is wel het geval bij oudere dieren, of bij jonge dieren met meer klachten dan toevallen alleen. Aanvullend onderzoek kan bestaan uit bloedonderzoek, röntgenfoto's, hartfilmpje, echo, etc.

Behandeling
Aangezien de aanvallen maar kort duren en vanzelf verdwijnen is het niet altijd nodig om een epilepsiepatiënt te behandelen. Een vuistregel is dat wanneer het dier niet vaker dan eens per drie weken een toeval heeft en deze toevallen mild van aard zijn, er geen behandeling nodig is. Komen de toevallen vaker of kort achter elkaar (clusters) of heeft de patiënt zware toevallen, dan is het raadzaam het dier te gaan behandelen.

Er is een aantal soorten medicijnen die gebruikt worden bij epilepsie, waarvan Fenobarbital en Epitard de bekendste zijn. Sinds kort is er een nieuw medicijn op de markt, Kaliumbromide, wat goede resultaten geeft, ook bij honden waarbij de andere medicijnen niet voldoende effect hebben. Bijwerkingen van de medicijnen kunnen o.a. slaperigheid en soms leverbeschadigingen zijn. Als een hond langdurig medicatie nodig heeft, is het verstandig om periodiek (1-2 x per jaar) bloedonderzoek te doen ter controle van o.a. de leverfunctie. Bij mensen wordt veel onderzoek gedaan naar epilepsie. Regelmatig worden er hierbij nieuwe medicijnen getest. Het is te verwachten dat een aantal van deze medicijnen in de toekomst ook voor honden kunnen worden ingezet, waardoor nieuwe en betere behandelmethodes gegeven kunnen worden.

Erfelijkheid
Primaire epilepsie is in een aantal gevallen een erfelijk gebrek. Het is dus verstandig om niet te fokken met dieren die er aan lijden.

Samenvatting
Heeft uw huisdier toevallen dan kan dit epilepsie zijn, maar dit hoeft niet. Raak niet in paniek en neem contact op met uw dierenarts. Overleg met hem (of haar) of het nodig is nader onderzoek te doen en een behandeling in te stellen. Dieren met epilepsie kunnen hier heel oud mee worden. Epilepsie veroorzaakt maar uiterst zelden gedragsafwijkingen bij uw dier. Het is een aandoening waar zowel hond als baas mee kunnen leren leven.